Medicatie en behandelingen
Uw Diabetes Zorg Team zal voor u een diabetes behandeling opstellen die kan bestaan uit insuline en/of orale medicatie. Veel mensen dienen medicatie te nemen om hun glucose op een normaal peil te houden. Afhankelijk van het type diabetes, zal het behandelingsplan volgende zaken kunnen omvatten: evenwichtig dieet, beweging (sport), orale medicatie en/of insuline injecties.
Deze medicatie is enkel via het voorschrift van uw behandelende arts beschikbaar. U dient uiteraard te bespreken met uw arts welke medicatie voor u geschikt is, welke nevenwerkingen er al dan niet kunnen optreden.
Insuline
Er bestaan verschillende soorten insuline. U zult misschien maar één soort nodig hebben of misschien dient u een mix samen te stellen in één injectie.
Insuline en hun verpakkingen kunnen nogal sterk op elkaar gelijken, verzeker u ervan dat u de juiste heeft. De verschillende insulines zien er wel verschillend uit in hun flesjes/flacons:
- Snel en kortwerkende insuline is helder
- Medium- en langwerkende insuline is troebel
U moet ook bewust zijn hoe uw insuline werkt:
Snelwerkende insuline (lispro)
|
15 tot 30 minuten
|
1 tot 2 u |
3 tot 4 u |
| Kortwerkende insuline |
30 minuten tot 1u |
2 tot 4 u |
6 tot 8 u |
| Intermediaire Medium langwerkend |
1 tot 4 u |
6 tot 10 u |
10 tot 16 u |
| Langwerkende insuline |
4 tot 6 u |
18 u |
24 tot 36 u |
Tips
- Neem uw insuline iedere dag zoals voorgeschreven door uw arts. Stop enkel met uw insuline als uw arts dat aanbeveelt, ook wanneer u ziek bent. Uw insuline dosis of eenheden dienen misschien aangepast te worden wanneer u ziek bent, gewond bent, een infectie heeft en/of emotioneel onder druk staat. Tijdens deze periodes dient u uw glucose regelmatig te testen en uw arts raadplegen omtrent eventuele aanpassingen aan uw behandeling.
- Volg het aanpassingsschema en advies van uw arts nauwgezet.
- Controleer de vervaldatum van uw insuline.
- Vooraleer u uw insuline toedient, controleer de insuline ampul op zijn helderheid, klontering of insuline die niet goed mixed. Indien twijfels gebruik deze insuline niet. Verander eveneens nooit van insuline zonder het advies van uw arts.
- Zorg ervoor dat uw insuline bewaard wordt op kamertemperatuur. Hou een reserve in de koelkast. Bewaar insuline nooit op plaatsen waar het extreem koud of warm is.
- Insuline dient op kamertemperatuur te worden geïnjecteerd om huidirritatie te vermijden.
- Insuline is sneller opgenomen en werkt sneller wanneer het in de buikstreek wordt geïnjecteerd.
- Snel- of kortwerkende insuline dient eerst te worden opgetrokken wanneer het gemixed dient te worden met intermediaire of mediumlangwerkende insuline.
- Snel- en kortwerkende insuline wordt best geïnjecteerd net voor de maaltijd. Uw maaltijd zou gegeten moeten worden direct na uw snelwerkende insuline en binnen de 30 min na uw kortwerkende insuline
- Zorg zeker dat u beschikt over een glucagon kit die u snel kan helpen in geval van een ernstige hypo (zeer lage glucose waarde). Familieleden dienen te worden aangeleerd hoe zij dit bij u kunnen toedienen. Glucagon zorgt voor een verhoogde glucose productie door de lever. Een voorschrift is hiervoor nodig.
Orale Medicatie
Sommige mensen met type2 diabetes hebben, naast dieet en beweging, andere en/of extra medicatie nodig om hun glucosewaarden onder controle te krijgen. Verschillende medicatie kan hiervoor nodig zijn omwille van de verschillende manier van werken, deze medicatie is enkel verkrijgbaar op voorschrift. Bespreek met uw arts welke medicatie voor u nuttig zou kunnen zijn.